In de regenboog

De kleur van de tafel.
De kleur van een boek.
De kleur van een wafel
en de kleur van je broek.

Alle kleuren zie je als de zon schijnt,
en het blijft niet droog,

Regenboog, regenboog.
Als de zon schijnt,
maar het blijft niet droog
dan krijg je een regenboog.

De kleur van de pannen.
De kleur van je pet.
De kleur van je wangen
en de kleur van je bed.

Rood, geel, blauw, oranje
groen, grijs, paars en bruin.
Alle kleuren van de binnenstad
en van een bloementuin.

© Love Life Music 1999

Fantasie

Als ik op mijn bed lig,
en ontspan met een zucht.
Dan kan ik denken dat ik kan vliegen,
op de lucht.

Over daken over heuvels.
Wat ik dan allemaal wel niet zie.
In mijn fantasie.

Soms zegt mijn vader:
'Doe je huiswerk, doe normaal.'
'Is er hier misschien een
dromer in de zaal?'

Maar hij weet waarschijnlijk
niet wat ik dan zie.
In mijn fantasie.

In mijn fantasie, in mijn dromen
Kan ik alles, ben ik sterk.
In mijn dromen heb ik vleugels
en vlieg ik rondjes om de kerk.
Gewoon in gedachten een belevenis.
Ik kan niet zien wat daar mis mee is.
Want iedereen kan vliegen net als ik.
Stijg maar op en voel de kick.

Soms denk ik zomaar,
midden op de dag,
dat ik een koning ben, een ridder
en vind dat ik dat mag.

Want ik doe er geen mens kwaad mee
en ik raak er niet uit koers.
Iedereen kan dromen,
Dus wees toch niet jaloers.

En wat ik verder allemaal zie, zeg ik niet.
Dat laat ik over aan je fantasie.


© Love Life Music 2002

Het grote bos.

Ik ken een bos heel erg groot.
Je kan er spelen met alle dieren.
van het edelhert
tot aan de kleine mieren.

Je kan er bomen klimmen met de eekhoorn
Kuilen graven met de mol.
Lachen met de koolmees en de merel,
want vogels hebben altijd lol.

Midden in dat bos staat een boom
met daarnaast een trap omhoog.
Die boom is doorgegroeid tot aan
de hemelboog.

Stap op je fiets. Rij naar het bos.
Voeten op de trappers. Haren los.
En met de wind langs je wangen
de zon op je gezicht,
klim je door de groene takken,
naar in het gele licht.

En als je helemaal naar boven klimt
dan gaat de wereld heel klein lijken.
En op een mooie zomerdag
kun je tot aan de horizon kijken.

En boven in die boom
die zich in zonlicht baadt,
kijk je uit tot aan de einder,
tot de zon rood ondergaat.

© Love Life Music 2002

Feestje van de vos.

De vos gaf een feestje hij was jarig.
Al weer een jaartje wild en harig.
Hij kwam uit zijn hol en blafte luid:
'Ik nodig al mijn vriendjes uit'

En Epi Egel kwam aanhollen.
Mat de rat er achter aan.
Later pas de oude bever,
Die had het niet zo goed verstaan.

Met zijn vieren om de taart.
Er was genoeg, misschien zelfs veel .
Zongen ze: 'Hiep hiep hoera!',
waarna ze knokte om hun deel.

Door de helft is twee stukken.
Dat moet sowieso wel lukken.
Daarna ieder stuk in twee.
Dat valt ook nog best wel mee.
Vier maal uit een geheel is
twee keer door de helft.
En vier dieren krijgen evenveel.

De vos zei: 'ik de helft want ik ben jarig'
'Verdeel de rest maar met elkaar'
De oude bever zei: 'Wat ben je aardig'
'Wat een vriendelijk en gul gebaar'

Maar Mat die vos zijn plan doorziet.
Zei: 'Zo'n klein rot stukkie mot ik niet.'
Toen sprak de vos quasi verward:
'Zei ik de helft, ik bedoelde een kwart'

Maar Epi Egel wilde weten:
'Is een kwart goed voor de sfeer?'
"Want als het hier zo doorgaat,
denk ik dat ik 'em smeer'
'Ik ben een doodgewone egel en dus niet zo formeel!'
'Geef mij nou maar gewoon een derde deel.'

© Love Life Music 2002

De kleine vos en de eekhoorn.

De kleine vos wilde eekhoorns jagen,
zonder het mama te vragen.
Hij rende langs de bomen
en hij gromde omhoog.
'Dat zijn mooie tanden',
sprak de eekhoorn droog.

De jonge vos rende niet slim, wel sterk,
met zijn snuit tegen een berk.

De eekhoorn vindt het leven leuk.
Hij springt van berk naar beuk.
De eekhoorn is slim en sterk.
Springt terug van beuk naar berk.
Dan langs de kastanje weer terug.
Via eik en wilg gaat het zo razendvlug.

'Ah jij wilde eekhoorns jagen,
zonder het mama te vragen?'
'Je rende langs de bomen en
je gromde omhoog'
'Das toch wel hard he zo'n berk',
sprak zijn moeder droog.

Maar fouten zijn niet verkeerd.
Als je er maar wat van leert.

De eekhoorn vindt het leven leuk.
Hij springt van berk naar beuk.
De eekhoorn is slim en sterk.
Springt weer terug van beuk naar berk.
Dan langs de kastanje weer terug.
Via eik en wilg het gaat zo razendvlug.

Je jaagt pas op een eekhoorn
als hij de boom verlaat,
maar dan kan lang wachten
want gaat zelden overstraat.
Want beneden is
de eekhoorn vaak de klos.
Hij wandelt liever door
de kruinen van het bos.


© Love Life Music 2002

Het grote lied der seizoenen.

Ik ben een boom.
Misschien wat sloom.
Maar ik heb niet veel meer te doen,
dan de jaargetijden tellen.
Ik ben een boom.
Misschien geen sprinter.
Ik blijf gewoon lekker staan.
Lente, zomer, herfst en winter.

In de herfst,wind en regen,
sneller donker, eerder koud.
In de winter, vriezen en sneeuwen.
Dat kan leuk zijn als je daarvan houdt.
Maar in de Lente worden de dagen langer
en warmer en dat is een feest,
omdat de zomer met vakantie en laat naar bed,
nog niet is geweest.

Ik ben een boom
misschien wat sloom.
Maar ik heb niet veel meer te doen,
dan de jaargetijden tellen.
IK ben een boom.
misschien geen sprinter
ik blijf gewoon lekker staan
Lente, zomer, herfst en winter

Want in de herfst gooi ik het groen uit mijn takken.
In de winter ben ik al mijn bladeren kwijt.
In de lente ga ik helemaal in bloei.
En in de zomer is mijn kruin weer groot, groen en wijd.

De zomer komt de zomer gaat en gaat de zomer je te vlug.
Dan hoef je niets te doen slechts te wachten, dan
komt ie weer terug.

© Love Life Music 2002

De egel en het zwijn.

Tekening : Putih 2002
Op een mooie dag in mei
sprak de egel tegen het zwijn:
'Nou kom ik u weer tegen,
wat is de wereld toch klein'
Daarna liepen ze verder langs de grote sloot
toen sprak ineens het zwijn:
'Misschien is tie wel groot'

Maar als je het echt wilt weten.
Dan ga ik het wel meten.
De lengte en de breedte.

Het was een mooi moment,
toen de egel sprak:
'Nou doen we lengte maal breedte voor het oppervlak'

De dieren vonden dat knap
van de wetenschap.
Ze werden gehuldigd,
omdat ze hadden gemeten
en vermenigvuldigd.

Op een mooie middag in juni
Sprak de egel tegen het zwijn
'Dat meten was wel leuk maar
is het bos nu groot of klein?'
Daarna liepen ze verder en toen sprak het zwijn zacht:
'Dat bos is veel groter dan ik ooit had gedacht'

En omdat je het wilde weten
ben ik het gaan meten.
De lengte en de breedte.

Het bos is niet klein,
volgens de egel en het zwijn,
zij weten beter. Zij weten hoeveel het is in
vierkantemeter.

En als je het zelf wilt weten.
Dan ga je het zelf maar meten.
De lengte en de breedte.

© Love Life Music 2002

Het weer

Tekening : putih 2002
Regenbui, hagelbui, sneeuwbui.
Water valt uit de hemel
we worden nat.

Dikke wind, wervelwind, orkaan.
We fietsen tegen de wind in
en we worden het zat.

Soms is het weer boos.
Soms is het weer blij.
Soms gaat het weer loos.
Maar dat gaat weer voorbij.

Ook als staat het weer van morgen
vandaag in de krant.
Het weer heeft zo zijn buien
en die die heb je niet in de hand.
Laat maar over waaien,
het moet zo zijn.
Na zon komt regen
en na regen
komt weer zonnenschijn.

Het mist, het miezert, het motregent.
Het is vochtig, koud en kil.
De zon breekt door, het is warm, het is heet.
Ook als je dat niet wil

Soms is het weer boos.
Soms is het weer blij.
Soms gaat het weer loos.
Maar dat gaat weer voorbij.

Ook als staat het weer van morgen
vandaag in de krant.
Het weer heeft zo zijn buien
en die die heb je niet in de hand.
Laat maar over waaien,
het moet zo zijn.
Na zon komt regen
en na regen
komt weer zonnenschijn.

Het weer is net een mens.
Ze geeft het leven kleur.
Ze gaat van lekker zacht,
tot een schreeuwend rot humeur.

© Love Life Music 2002

Duet voor grote en kleine wijzer

Ik ben de grote wijzer.
Als ik bovenaan begin,
dan haal ik in een uurtje
die kleine zeker een keer in.
Ik ben de kleine die daar wel van baalt,
omdat ik tijdens mijn ronde
twaalf keer word ingehaald.

Ik ben de grote wijzer.
Als ik bovenaan vertrek
dan ben ik in een uurtje
weer terug op dezelfde plek.
Ik ben de kleine.
Niet zo vliegensvlug.
Zelfs als ik flink doorzet
ben ik pas om middernacht terug.

Als je klok kunt kijken
kom je nooit te laat.
Gaat er nooit iets mis.
Als je klok kunt kijken
dan weet je hoe laat het is.
Want de grote en de kleine
wijzer komen nooit te laat.
Ze doen hun ronde precies
in de tijd die er voor staat.

Ik ben de grote wijzer.
Om twaalf uur sta ik bovenaan
en over drie kwartieren dan ga ik
op de negen staan.
Dan loop ik rustig van de twaalf heen
en als je dan op je horloge kijkt
dan is het kwart voor één.

Want na twaalf uren lopen
zijn we allebei weer bovenaan
en na twee keer rond hebben
we weer een dag doorstaan.

© Love Life Music 2002

De Mereltjes

Tekening: Bianca Buis
Een grote merel en drie kleintjes
zitten op de richel van de toren.
De kleintjes moeten
hun vader aan horen.

Over het lot van de boeren
en de ridders, die dat lot bepaalden.
Ridders die niet veilig waren,
totdat ze de hangbrug ophaalden.

want de merels weten alles
wat de mensen doen.
Heel erg weinig kan een merel ontgaan.

Ze is er altijd al geweest.
Heeft altijd al bestaan.
Door de lucht gevlogen,
sinds er sterren aan de hemel staan.

Een grote merel en drie kleintjes
zitten op de richel van de toren,
en vader praat maar door
tegen hun rood wordende oren.

Over tanks en soldaten
bommen en granaten.
Over wat er kan gebeuren
als de mensen niet meer praten.

want de merels weten alles
wat de mensen doen.
Heel erg weinig kan een merel ontgaan.

Ze is er altijd al geweest.
Heeft altijd al bestaan.
Door de lucht gevlogen
sinds er sterren aan de hemel staan.

En toeristen in de stad zien
op de dakgoot van de toren
3 kleine mereltjes, die duidelijk
bij die grote horen.
Maar ze weten niet
dat de merel hen ook ziet.


© Love Life Music 2002